Letter

Hendrik Fagel to John Adams, February 12, 1788

S’ Hage den 12 February 1788.

Mijn Heer!

Ik heb mij deeser dagen vereïrt gevonden met UWEd. Missive, gedateert uit Londen den 25 Januarÿ deezes Jaars, waarbij UWEd. mij toezend een Memorie aan Haar Hoog Mogende, en een andere aan zijne Doorl: Hoogheid, met verzoek van die over te leeveren. Ik heb altijd zoo veel blijken van UWEd. vriendschap en geneegendheid voor mij gehad, dat ik het mij een eer en plaisier soude hebben gereekent, immediatelijk aan UWEd. verlangen te voldoen; of schoon ik liever had gewenscht, UWEd. geen afscheid te zien neemen, en altijd in hoop heb geleest, UWEd. nog eens wederom hier te zien. Maar het zij mij gepermitteert, UWEd. voor te houden, dat, wanneer ik UWEd. Missive aan Haar Hoog Mogende geaddresseext, aan den Heer ter Vergaderinge Presideerende, en aan andere Leeden van de Vergadering heb gecommuniceert, deselve geen ongegronde reflexie daar op hebben gemaakt, (niet op de Memorie van afscheid zelfs, welke in allen deelen obligeant en voldoende is gevonden) maar daar op, dat daar bij niet gevonden is; een Missive van het Congres selfs aan Haar Hoog Mogende, om te dienen tot een Brief van Rappel; terwijl tusschen alle Mogendheeden gebruikelijk is, dat gelijk een Minister geaccrediteert word door een brief van Credentie, (eeven soo een, als die van UWEd. van dato den 1: Januarij 1781, bij Haar Hoog Mogende den 22 April 1782 ontfangen) alsoo ook een Minister gerappelleert word door een Brief van Rappel, waar op dan een Brief van Recredentie wederom word geschreeven. Mogelijk zal dit door een versuim van den Secretaris van het Congres zijn veroorsaakt, maar dit verhindert mij gebruik te maken van UWEd. Memorie, welke dan behoord te worden overgegeeven, als een Brief van Rappel van het Congres daar bij komt: en dus zal UWEd. niet kwalijk neemen, dat ik verpligt ben de nevensgaande Missive met de inliggende Memorie aan UWEd. bij provisie te rug te zenden. UWEd. omstandigheeden niet toelatende, zelfs afscheid te komen neemen, zal het genoeg zijn, een Brief van Rappel van het Congres bij UWEd. Memorie te voegen.

Het zal mij altijd zeer aangenaam zijn den voorspoed en welstand van UWEd. en die UWEd. aangaan, te verneemen, en geleegendheid te vinden, om UWEd. blijken te geeven van de bijsondere hoogagting, waar meede de eer heb te zijn. / Mijn Heer! / UWel Edele / Zeer Onderdanige en Ge. / hoorzame Dienaar.

H Fagel 1

PS. Zijn Hoogheid, in het zelve geval zijnde, als Haar Hoog Mogende, kan niet anders doen, als een Brief van Rappel voor UWEd. van het Congres af te wagten.

Sources
Founders Online u2014 Adams Papers View original source ↗